enkele
ethische aspecten van euthanasie
Je kunt kiezen uit de volgende paragrafen:
Zorgvuldig gebruik van begrippen
Om complexe ethische kwesties zinvol te kunnen bespreken is het op de eerste plaats nodig aandacht te besteden aan een zorgvuldig gebruik van woorden. Ten onrechte wordt in kranten en op televisie bijvoorbeeld gesproken van euthanasie op babies of van euthanasie door staken van een zinloos gebleken behandeling. Verder is het van belang termen te gebruiken die zo min mogelijk een waarde-oordeel uitdrukken, maar die vooral de feiten weergeven. Zo is het bijvoorbeeld beter te spreken van zelfdoding dan van zelfmoord.
In Nederland wordt onder euthanasie verstaan: het opzettelijk levensbeëindigend handelen door een ander dan de betrokkene, op diens verzoek.
Dit betekent dat wanneer er geen verzoek van de betrokkene ligt, er nooit sprake kan zijn van euthanasie. Dus bij een baby, een ernstig verstandelijk gehandicapte, iemand met een ernstige vorm van dementie of bij een coma-patiënt kan in principe geen sprake zijn van euthanasie. Soms, zoals bij dementie of bij coma, kan het zijn dat het verzoek tot euthanasie eerder gedaan werd en schriftelijk is vastgelegd. In dat geval is euthanasie in bepaalde situaties wél mogelijk.
Levensbeëindiging door de betrokkene zelf is zelfdoding en géén euthanasie. Overigens is het onderscheid tussen euthanasie of hulp bij zelfdoding vaag: hoe principieel is het verschil tussen het aanreiken aan de patiënt door de arts van het dodelijke middel en het inspuiten van dat middel?
Ook wat Leenen 'schijngestalten van euthanasie' genoemd heeft, valt niet onder de noemer euthanasie. Zo is het staken of niet starten van een kansloze behandeling geen euthanasie, maar iets dat je als vanzelfsprekend van elke arts mag verwachten: dat hij geen kansloze ingrepen doet.
En ook de weigering door de patiënt van een behandeling met mogelijk zijn (eerder) overlijden als gevolg is geen euthanasie. Iemand mag een behandeling altijd weigeren als hem dat goeddunkt.
Evenmin mag pijnbestrijding met de dood als onbedoeld neveneffect euthanasie genoemd worden. Euthanasie is immers opzettelijk handelen met de dood als bedoeld en gewild gevolg.
naar boven Δ
Wettelijke kaders
In Nederland is het inwilligen van een verzoek tot euthanasie in een wettelijk kader geplaatst (de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (2002)). Kern van de wet is dat de strafbaarstelling van euthanasie weliswaar gehandhaafd blijft, maar dat die strafbaarheid vervalt als de arts voldoet aan de zes, in de wet omschreven zorgvuldigheidseisen en hij de euthanasie meldt aan de gemeentelijk lijkschouwer.
1. de arts heeft de overtuiging gekregen dat er sprake is van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt
2. de arts heeft de overtuiging gekregen dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt
3. De arts heeft de patiënt voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevindt en over diens vooruitzichten
4. De arts is met de patiënt tot de overtuiging gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevindt geen redelijke andere oplossing is
5. De arts heeft ten minste één andere, onafhankelijke arts geraadpleegd die de patiënt heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de zorgvuldigheidseisen
6. De arts heeft de levensbeëindiging medisch zorgvuldig uitgevoerd
Wezenlijk is dat het bij euthanasie altijd gaat om een verzoek van de patiënt (en niet om een recht) en om de bereidheid van de arts (en niet om een plicht). Beiden, de arts en de patiënt, komen in een gezamenlijk proces tot overeenstemming. Mochten er bij de arts zelf of bij degenen aan wie de arts het verzoek doet hem behulpzaam te zijn (de verpleegkundige, de apotheker) gewetensbezwaren bestaan, dan mogen zij altijd afzien van (medewerking aan) het verrichten van euthanasie. Niemand is verplicht tot handelingen die een gewetensconflict veroorzaken. Wel mag verwacht worden dat de patiënt niet in de kou komt te staan en dat hem of haar een zinvol alternatief geboden wordt. En ook met de collega's moeten goede afspraken gemaakt worden om te voorkomen dat zij zich plotseling voor het blok gezet voelen en verplicht om de afspraken die met de patiënt gemaakt zijn, na te komen.
Vanwege de beladenheid van het onderwerp en de dreiging van strafbaarheid bestaat de neiging om de regels van zorgvuldigheid centraal te stellen en te zorgen dat elk risico van vervolging wordt uitgesloten. Deze houding is begrijpelijk, maar brengt het gevaar met zich mee dat teveel nadruk komt te liggen op de juridische en procedurele kanten van euthanasie. Onderbelicht blijven dan de emotionele, morele en existentiële aspecten van de moeilijke keuzen die gemaakt moeten worden.
naar boven Δ
Rechtvaardiging van euthanasie
Euthanasie verrichten is geen normaal medisch handelen. Pas als alle andere mogelijkheden uit beeld zijn verdwenen, er geen palliatie meer mogelijk is en de patiënt erger vóór wil zijn, kan euthanasie soms een uitweg bieden.
Morele uitgangspunten die speciale aandacht verdienen als het gaat om de rechtvaardiging van euthanasie zijn respect voor de autonomie van degenen die de beslissingen nemen, de morele eis om goed te doen en een antwoord op de vraag 'hoe goed te sterven?'
Wat betreft het respect voor de autonomie: zij kan op twee manieren worden opgevat:
a. autonomie als zelfbeschikking in de zin van het recht om zelf te beslissen zonder inmenging van buitenaf. 'Ik bepaal zelf wat er met mijn lichaam en leven gebeurt'. Het vrijwillig en weloverwogen verzoek tot euthanasie kan dan ook maar door één persoon gedaan worden: door de betrokkene zelf. De beslissing om het verzoek van de patiënt tot euthanasie in te willigen of om de arts bij het verrichten van euthanasie te assisteren kan uiteindelijk slechts door één persoon genomen worden: door de betrokkene zelf. Hij is uiteindelijk de enige die voor de beslissing verantwoordelijk is.
Uiteraard betekent het 'zonder inmenging van buitenaf' niet dat anderen geen bijdrage zouden mogen leveren aan het proces van beslissen. Integendeel, gesprekken met familie, vrienden of collega's zijn vaak van wezenlijk belang om tot een goede en weloverwogen beslissing te komen.
b. autonomie als zelfbeschikking in de zin van identificatie met fundamentele waarden. Autonoom - zijn betekent hier een manier van leven en sterven te vinden die past binnen het levensverhaal zoals dat tot nu toe verteld is. Voor de patiënt betekent dat bijvoorbeeld een voorkeur voor een zelfgekozen levenseinde. Voor de arts kan dat betekenen ervoor te kiezen om geen gehoor te geven aan het verzoek tot euthanasie.
Euthanasie wordt ook gerechtvaardigd door de morele eis om goed te doen, om goede zorg te geven. Ook al wordt het belangrijkste dat iemand bezit - zijn leven - hem ontnomen, toch kan dat als goede zorg worden opgevat. Als namelijk de overtuiging is ontstaan dat het lijden ondraaglijk is geworden en dat er geen uitzicht op genezing meer is. Alle mogelijkheden - ook die van palliatieve aard - zijn uitgeput. Het leven is onleefbaar geworden en iemand bij wie dat het geval is laat je niet in de steek.
Een derde moreel uitgangspunt is het verlangen naar een passend einde, een goede dood. De ethische vraag is dan: 'hoe goed te sterven?' Hoe kunnen pijn, angst en doodsnood voorkomen worden? Hoe kan het leven een einde vinden dat past bij het leven zoals dat geleefd is? In een aantal gevallen kan euthanasie dat passende einde zijn. Euthanasie dan wel in een vorm die recht doet aan de beleving van alle betrokkenen: met name de patiënt, de arts, de verpleegkundige en de familie. Voorkomen moet in ieder geval worden dat het formeel voldoen aan een aantal zorgvuldigheidseisen het proces bepaalt.
naar boven Δ
Bronvermelding
- Brochure Euthanasie, zorgvuldig van begin tot einde; de wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in de praktijk (2002) Ministerie van VWS
- Kuitert, H.(1993) Mag er een einde komen aan het bittere einde? Baarn: Ten Have; ISBN: 90 259 4525 2
- Willems, D. (2003) Een passend einde; pre-advies, uitgegeven t.b.v. de jaarvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Bioethiek; Groningen: NVBE ISBN: 90 90172815
naar boven Δ
Literatuur
- Kater, L. (2002) Disciplines met dadendrang;
gezondheidsethiek en gezondheidsrecht in het Nederlandse
euthanasiedebat 1960 - 1994. Amsterdam: Uitgeverij Aksant;
ISBN: 90 52600740 (ook verschenen als proefschrift Universiteit
Maastricht)
Medisch-ethische debatten zijn tegenwoordig ondenkbaar zonder de inbreng van gezondheidsethici en gezondheidsjuristen. Deze relatief nieuwe specialisten hebben het monopolie van de medische professie bij medisch-ethische kwesties doorbroken. Gezondheidsethiek en gezondheidsrecht hebben in korte tijd een bloeiende ontwikkeling doorgemaakt en zich een duidelijke positie verworven in medisch-ethische debatten. Echter er valt ook kritiek te beluisteren: zo zouden beide disciplines niet kritisch genoeg reageren, achter de feiten aanlopen en te zeer met elkaar vergroeid zijn. Loes Kater heeft aan de hand van het euthanasiedebat de ontwikkelingen van beide disciplines onderzocht. De snelle ontwikkelingen die de medische technologie sinds de jaren zestig heeft doorgemaakt, bood ethici en juristen de mogelijkheid om zeggenschap te claimen op het terrein van de medische ethiek. In discussies over de definitie van het begrip euthanasie hebben juristen en ethici hun invloed laten gelden. Hun inspanningen in het debat over vragen rond het levenseinde hebben bijvoorbeeld sterk bijgedragen aan een conceptueel kader voor de normering en regulering van euthanasie. De veelgehoorde klacht dat ethici en juristen pas in actie komen als er al een afgebakend beleidsprobleem ligt, gaat volgens Kater niet op. Ethici en juristen dragen juist bij aan de afbakening van het probleem door middel van definitievoorstellen. Voor hen is dus niet alleen in de adviesfase een rol weggelegd. Zij oefenen al eerder, al tijdens de vorming van het begrippenkader van een beleidsprobleem, hun invloed uit. Disciplines met dadendrang dus. - Soeting, M. (2005) Tussen wet en werkelijkheid - euthanasie in het licht van een roman van W.J.Otten en de filosofie van M. Merleau-Ponty (proefschrift, universiteit Maastricht) Romans kunnen helpen houding te bepalen tegenover euthanasie en hulp bij zelfdoding. Zie 'Learning through fiction', project van de vakgroep medische ethiek en filosofie van de Geneeskunde van de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Informatie: M. Soeting tel. 020 6719913
- Visser, J. (2009) Ethicus Govert den Hartogh over dood en doodsverlangen 'Denk bij euthanasie vanuit de ander'; in: Medisch Contact (64) nr. 41, pp. 1669 - 1671; De dood is niet slecht omdat je dan niets meer kunt ervaren. Zij is slecht omdat zij levenslijnen doorsnijdt. Ook voor artsen heeft dat consequenties, zegt ethicus Govert den Hartogh.
naar boven Δ