Waarover gaat ethiek? (2)
"Ethiek gaat over goed en kwaad en over normen en waarden." zo luidt meestal het antwoord. En dat is ook zo, maar dat is niet het hele verhaal. Want ook de politiek, bijvoorbeeld, en het recht gaan over goed en kwaad en over normen en waarden. Kenmerkend voor ethiek is dat zij zich niet tot een bepaald deel-aspect beperkt, maar op zoek is naar een uiteindelijk antwoord. Dus niet alleen of het politiek correct is of juridisch verantwoord, maar of het uiteindelijk goed is wat er gebeurt.
Is het goed om het echtpaar te vertellen dat het feit dat bij hun kind deze erfelijke ziekte gevonden is, betekent dat de vader niet de biologische vader kan zijn?
Is het goed om toe te staan dat de vrouw een pakje sigaretten per dag rookt, terwijl ze zwanger is?
"Ethiek stelt altijd van die moeilijke vragen, die meestal uitdraaien op zweverige antwoorden"
Dat kan zo zijn, maar uiteindelijk gaat ethiek over de basale vragen waar ieder mens het antwoord op wil weten:
"Wat behoor ik te doen?" en
"Hoe wil ik leven?"
en vaak zijn die vragen toch heel concreet:
Ik heb bij de dosering van medicijnen een fout gemaakt. Het zal vermoedelijk geen grote gevolgen hebben voor de patiënt. Als ik het niet vertel komt niemand er achter. Vertel ik het of niet?
Wil ik, na de natuurramp, de toerist zijn die zijn welverdiende vakantie in het rampgebied gewoon laat doorgaan, of wil ik meedoen met het geven van hulp aan de slachtoffers?
"Ethiek gaat over euthanasie en abortus; over al die moeilijke onderwerpen, waar je toch nooit uitkomt."
Die indruk wordt nogal eens gewekt, maar in feite gaat ethiek over heel veel méér, over tal van kleine morele dilemma’s die je elke dag tegenkomt:
De zorgvrager vertelt mij iets, maar wil niet dat ik daar met collega’s over praat, terwijl ik denk dat het wel nodig is.
Ik zie dat een collega onnodig veel dwang gebruikt en misbruik maakt van zijn positie.
De cliënt vraagt mij hem vijftig euro te lenen.
Er bij een discussie niet meteen uitkomen is overigens niet zo erg als het lijkt. Vaak is het zoeken naar antwoorden en het naar elkaar luisteren, minstens zo belangrijk als de antwoorden zelf.
"Allemaal goed en wel, maar vertel maar eens hoe 'het goede' eruitziet."
Inderdaad: wat de één goed noemt, vindt de ander slecht. En: zoveel hoofden, zoveel zinnen. Toch is het belangrijk om het er steeds maar weer met elkaar over te hebben: over wat het goede is om te doen. Om steeds maar weer het beeld bij te stellen en te proberen tot een omschrijving te komen die houvast biedt, waar mensen zich in herkennen.
"Het is goed om naar een multiculturele samenleving te streven waarin elke cultuur zich vrij mag uiten! " zegt de één.
"Het is veel beter dat we op zoek gaan naar gemeenschappelijke waarden en één gezamenlijke cultuur ontwikkelen" zegt de ander.
Omschrijving van ethiek
Het blijkt nog niet zo makkelijk om in één keer een goede omschrijving van ethiek te geven. We gaan het daarom anders doen en zullen proberen in een aantal stappen tot een goed begrip te komen.
Om te beginnen wil ik het beeld oproepen van een kunstschilder die ingespannen bezig is een klein stukje van een groot tafereel te schilderen. Af en toe stopt hij even en doet hij een paar passen terug. Zo neemt hij de tijd en de afstand om eens kritisch te kijken of het wel wat wordt. Of zijn werk technisch wel in orde is en vooral: of het schilderij wel uitdrukt wat hij voelt en wat hem raakt. Anders gezegd: hij gaat na of zijn werk wel bezield is en zichtbaar maakt waar het volgens hem om te doen is. Blijkt dat niet het geval te zijn dan moet hij zich afvragen hoe het béter zou kunnen, hoe hij het beeld dat hij voor ogen heeft dan wél op het doek zou kunnen krijgen.
Precies dát is de kern van wat we met ethiek willen bereiken: even pas-op-de-plaats maken en afstand nemen om kritisch te bekijken wat we aan het doen zijn en hoe we nu het best verder kunnen. Even tijd nemen om na te gaan wat nu goed is om te doen en hoe we dat goede vervolgens kunnen realiseren.
Een eerste stap in de omschrijving is gezet: ethiek is even-stilstaan-en-afstand-nemen en kritische vragen stellen.
Ben ik wel op de goede weg?
Kom ik wel op voor wat ik van waarde vind?
Welke waarden vind ik eigenlijk belangrijk? Zelfstandigheid? Vertrouwen? Solidariteit? Plichtsbesef? En waarom vind ik ze belangrijk? Heb ik daar goede redenen voor?
Aan welke belangen geef ik voorrang? Aan het belang van de patiënt of cliënt die gerustgesteld wil worden? Aan het belang van de organisatie die de financiën op orde moet zien te houden? Aan mijn eigen belang? Ben ik misschien bang zelf in de knel te komen?
Hoe kom ik op voor wat ik waardevol vind en hoe laat ik dat aan anderen zien?
Kortom: de vraag: 'Wat behoor ik te doen?' is belangrijk. Het is een vraag naar regels en normen. Tegelijkertijd klinkt de vraag naar de idealen en de waarden die mij ter harte gaan. 'Hoe wil ik leven?' Tussen beide vragen bestaat een spanning: hoe beter ik weet hoe ik wil leven en wat mijn idealen zijn, hoe duidelijker ik kan zeggen wat ik behoor te doen. En hoe beter ik weet wat ik behoor te doen, hoe makkelijker ik kan aangeven wat mijn idealen zijn. Beide vragen hebben elkaar dus nodig. Zonder de vraag naar waarden en idealen dreigen regels en normen dode letter te blijven en verstikkend te werken. Zonder de vraag naar regels en normen blijken idealen en waarden al gauw luchtkastelen te zijn.
Dat brengt ons bij de tweede stap in de omschrijving van ethiek: ethiek probeert om te gaan met de spanning tussen normen en idealen. Dat doet zij door regels en normen te bezielen door ze te koppelen aan idealen. En door grote idealen hanteerbaar te maken door ze te vertalen in normen en regels waar je in het dagelijks leven mee aan de slag kunt.
Verder probeert ethiek invulling te geven aan wat we onder 'het goede', 'het waardevolle' verstaan. Een eerste indruk daarvan krijg je vaak al spontaan, als je om je heen kijkt en het gevoel krijgt dat het goed is wat er gebeurt (je ziet dat iemand die gevallen is meteen overeind geholpen wordt), of dat wat hier gedaan wordt eigenlijk niet kán (je ziet dat een vraag om hulp bewust genegeerd wordt). Het wonderlijke is dat je in beide gevallen kennelijk al een idee hebt van het goede. Zó moet het wel en zó moet het niet. Door de eigen morele gevoeligheid te ontwikkelen - door elkaar te bevragen en door open te staan voor wat er om je heen gebeurt - leer je 'het goede' steeds beter te omschrijven. Een derde stap dus: ethiek probeert 'het goede' te omschrijven.
Vervolgens vraagt ethiek je of je er ook inderdaad voor kiest om dát te doen wat jezelf of wat anderen goed en waardevol vinden: ethiek motiveert om het goede ook daadwerkelijk te dóen.
Ethiek nodigt je uit om over dat alles na te denken. Niet zomaar, te hooi en te gras, maar min of meer systematisch. Ze stimuleert om je gedachten logisch te ordenen. Als vijfde stap dus: ethiek is een systematische bezinning.
Alles overziende kun je ethiek dus kort en bondig omschrijven als:
de systematische bezinning op de vraag of het goede wel gedaan wordt.
