autonomie


Autonomie geldt momenteel als één van de meest gerespecteerde waarden binnen de gezondheidszorg. Met 'weldoen', 'niet-schaden' en 'rechtvaardigheid' vormt 'respect voor autonomie' een samenhangend geheel van ethische principes.

De autonomie van de zorgvrager is onder de aandacht gekomen in het midden van de vorige eeuw. Tot dan was het vooral de arts die bepaalde wat er gebeurde. Híj nam de beslissingen, terwijl de patiënt zich tevredenstelde met de verzekering dat het allemaal wel goed zou komen. Aan die vorm van paternalisme kwam een eind toen de patiënt ging inzien dat het geen kwaad kon om zelf goed in de gaten te houden wat er allemaal aan en met hem gebeurde.

Zelfbeschikking won aan gewicht en betekenis in de gezondheidszorg. Zij bood tegenspel aan het soms ál te voortvarende weldoen van de dokter die wel eens ingrepen deed waar de patiënt helemaal niet om gevraagd had of behandelingen voorstelde waar de patiënt eerder slechter dan beter van werd. Zelfbeschikking kreeg onder meer vorm als 'informed consent': de arts mag slechts behandelen met toestemming van de patiënt, nadat hij deze eerst goed over de behandeling heeft geïnformeerd.

De aandacht voor de autonomie van de zorgvrager is heel vruchtbaar gebleken. De zorgvrager kreeg een stem en werd partij in het zorgproces. Hij kan nu zelf aangeven waar voor hem de grenzen aan de zorg liggen.

De laatste tijd echter wordt ook de keerzijde van een al te uitdrukkelijke aandacht voor de autonomie van de zorgvrager zichtbaar. Eén van de nadelen is dat de mensen die niet autonoom kunnen of willen zijn, uit beeld verdwijnen. Denk aan pasgeborenen, aan coma-patiënten of aan mensen die dementeren. Maar ook als je even niet zelf wílt beslissen, omdat je te ziek bent of omdat je om andere redenen de verantwoordelijkheid niet aankunt. Dan val je buiten de boot.
Een ander nadeel is dat de suggestie wordt gewekt dat de mens pas goed functioneert als hij al zijn beslissingen zelf neemt en zo min mogelijk afhankelijk is van anderen. Maar bij nader inzien blijken mensen op allerlei manieren van elkaar afhankelijk te zijn. Het besef begint door te dringen dat dat ook helemaal niet zo'n probleem hoeft te zijn. Met name de zorgethiek stelt dat afhankelijkheid niet iets mensonwaardigs is, maar een wezenlijk aspect van de manier waarop mensen met elkaar omgaan.



Begrippen

  • Autonomie
    twee opvattingen van autonomie:
    a. zelfbeschikking; ik maak mijn eigen keuzen, zoveel mogelijk vrij van inmenging van anderen (negatieve vrijheid)
    b. zelfbeschikking; ik maak keuzen die zoveel mogelijk overeenkomen met de waarden die mij na aan het hart liggen. Vaak ben ik daarvoor afhankelijk van anderen (positieve vrijheid)

  • Heteronomie
    staat tegenover autonomie; opvattingen, regels en wetten van anderen bepalen mijn keuzen

  • Professionele autonomie
    binnen de kaders van de wet en binnen de door de professie zelf bepaalde grenzen is de professional vrij om naar eigen goeddunken vorm te geven aan zijn professionele handelen

  • Rechtvaardigheid
    "Rechtvaardigheid is één van de belangrijkste deugden en al door Plato en Aristoteles besproken (dikaiosyne, justitia). De rechtvaardigheid heeft niet alleen betrekking op de houding van een deugdzaam mens, maar ook op een bepaalde orde in de samenleving. Algemene betekenis: 'overeenkomstig de wet' Specifieke betekenis: 'dat wat gelijkheid realiseert of respecteert', onder te verdelen in:
    a. een verdelende rechtvaardigheid die de goederen van de samenleving verdeelt naar verdienste en
    b. een correctieve rechtvaardigheid die ontstane ongelijkheid mathematisch herstelt." (van Tongeren 2003)

  • Niet schaden
    Een belangrijk principe in de geneeskunde dat al door Hippocrates werd verwoord. In het latijn bekend als primum non nocere: zorg er op de eerste plaats voor dat je geen schade toebrengt.

  • Weldoen
    Goed(e werken) doen (voor ieder die dat nodig heeft).

naar boven  Δ



Links

naar boven  Δ




Literatuur
  • Beauchamp, T.L. en J.F. Childress (2013) Principles of biomedical ethics 7th ed. New York Oxford: Oxford University Press; ISBN: 978-0-19-992458-5

  • Hurenkamp, M. en M.Kremer (red.) (2005) Vrijheid verplicht; over tevredenheid en de grenzen van keuzevrijheid; TSS jaarboek 2005; Amsterdam Uitgeverij van Gennep;

  • Kunneman, H. (2006) De grenzen van het moderne autonomiebegrip toegelicht aan het voorbeeld van de ouderenzorg; in: Humanistiek nr. 28; december 2006, pp 56 - 75

  • Mol, A. (2005) De logica van het zorgen; actieve patiënten en de grenzen van het kiezen; Amsterdam Uitgeverij van Gennep; ISBN: 9055156523

  • Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (2003) Zelfbeschikking en eigen verantwoordelijkheid van mensen met een verstandelijke handicap; in: Signalering Ethiek en Gezondheid 2003 Hfdst 5; Raad voor de Volksgezondheid en Zorg ISBN 90 5732 1181 (zie onder Download)

  • Schermer, M.H.M. (2003) Drang en informele dwang in de zorg; Hoofdstuk 3 uit het rapport Signalering Ethiek en Gezondheid 2003; (zie onder Download)

  • Saan, H. en L. Singels (2006) Gezondheidsvaardigheden en informed consent; De bijdrage van het health literacy- perspectief aan patiëntenrechten; Woerden, uitgeverij NIGZ
    Meer informatie: www.nigz.nl

  • Verkerk, M.A. en E.L.M. Maeckelberghe (2003) Zelf vragen? Het concept van autonomie vanuit het perspectief van een Relationele Ethiek in: Pedagogisch Tijdschrift 28 nr. 2 p. 144 - 158
naar boven  Δ